Adviezen

Op deze pagina vindt u de samenvattingen van de adviezen die de Raad voor de Wadden heeft uitgebracht. Onderaan de samenvatting kunt u het complete advies downloaden.

In het linkermenu vindt u de eerdere adviezen van de Raad per jaartal.

2010/02 Een Waddenzeewaardig bestuur?

2010/02 Een Waddenzeewaardig bestuur?

Een Waddenzeewaardig bestuur?

Waddenzee niet gebaat bij rapport Berenschot

De discussie over de bestuurlijke organisatie van de Waddenzee loopt al bijna veertig jaar. Het Waddengebied heeft een complexe bestuursstructuur: er zijn veel wetten en verdragen van toepassing, en er zijn veel overheden (ministeries, provincies en gemeenten) en andere organisaties (o.a. op het gebied van natuurbeheer, visserij, recreatie, enz.) betrokken bij de dagelijkse gang van zaken, met als gevolg een grote behoefte aan coƶrdinatie en afstemming (horizontaal en verticaal). In het huidige beleid lopen strategiebepaling, beleidsvorming, bestuur, beheer, monitoring en handhaving dwars door elkaar. Bovendien zijn ze versnipperd over een groot aantal instanties die geen van allen doorzettingsmacht hebben, maar wel hindermacht.

Onderbouwing rapport Berenschot
De Raad heeft forse kritiek op het rapport van Bureau Berenschot. De onderbouwing van de adviezen ontbreekt of schiet tekort. Daarnaast lopen meningen, oordelen en feiten door elkaar heen. Los van de kwaliteit van het rapport stelt de Raad dat het daadwerkelijke bestuurlijke probleem wordt gecamoufleerd en niet opgelost. Belangrijke onderwerpen als het gemis aan een feitelijke natuurbeheerder voor de Waddenzee en het verminderen van de versnippering van toezicht en handhaving komen in het rapport niet eens aan de orde.

Voorgesteld model
In het rapport wordt alleen een poging gedaan om de bestuurlijke drukte, die de laatste jaren wederom fors is toegenomen, te verminderen. Het huidige bestuurlijke model, dat al jaren ter discussie staat, is als uitgangspunt genomen. Het probleem dat te veel bestuurders verantwoordelijk zijn voor kleine onderdelen van het Waddenzeebeleid, wordt echter niet opgelost. Het Regionaal College Waddengebied krijgt vrijwel alle taken toebedeeld, maar blijft alleen een overleg- en afstemmingsplatform zonder wettelijke bevoegdheden en zonder doorzettingsmacht. De Raad vindt het ook onbegrijpelijk dat Berenschot niet een goed en efficiĆ«nt beheer van het natuurgebied de Waddenzee als uitgangspunt heeft gekozen. Het rapport brengt ons eerder verder van een oplossing van het probleem van de bestuurlijke organisatie voor het Waddengebied dan dat het iets oplost. De Waddenzee wordt er zeker niet beter van. 

Download het briefadvies (pdf,  827 Kb).

2010/01 Rapport 'Gelijk speelveld' voor ondernemers: feit of fictie?

2010/01 Rapport 'Gelijk speelveld' voor ondernemers: feit of fictie?

2009/03 Visie en focus Waddenfonds

Met Europese richtlijnen wordt beoogd om de wetgevingen van de Europese lidstaten te harmoniseren. Een richtlijn is voor de lidstaten bindend ten aanzien van het resultaat. De keuze voor de wijze van inbedding van de richtlijn in de nationale rechtsordes is echter aan de lidstaten. Daarnaast kunnen richtlijnen beleidsruimte laten aan de lidstaten.
Bij de implementatie van Europese richtlijnen kunnen dan ook verschillen tussen de lidstaten ontstaan.

Op de achtergrond speelt hier het Europese subsidiariteitsbeginseleen rol, op grond waarvan de Europese Unie alleen zal optreden wanneer op nationaal niveau de doelstellingen van het gemeenschappelijke beleid onvoldoende worden bereikt.

De belangrijkste instrumenten van het Europese natuurbeleid zijn de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR), die voor een belangrijk deel de bescherming van het Europese natuurnetwerk Natura 2000 vormen. Sinds jaar en dag zijn er signalen uit het bedrijfsleven dat er door de Waddenzeelanden verschillend wordt omgegaan met het verlenen van vergunningen voor projecten in een Natura 2000-gebied, die zouden leiden tot concurrentieverschillen en dus tot een ongelijk speelveld voor ondernemers.

De Raad voor de Wadden heeft, in overleg met de Minister van VROM, hierin aanleiding gezien om na te gaan of er voldoende grond is om een advies uit brengen over verschillen in uitvoering tussen de landen voor die Europese richtlijnen die voor het Trilaterale Waddengebied relevant zijn. In dit geval betreft dat de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) en de Kaderrichtlijn Water (KRW).
Ter voorbereiding op een advies, heeft de Raad de implementatie van de richtlijnen in de nationale wetgevingen in beeld gebracht. Daarbij zijn de aangewezen gebieden en de daarvoor beschreven doelen als gegeven beschouwd. Over die onderwerpen wordt overigens al in opdracht van het Gemeenschappelijke Waddenzee Secretariaat (CWSS) een onderzoek uitgevoerd door Dr. Andy Brown getiteld 'High Level Review of EC Directives for Collaboration and Harmonisation'. In die studie ligt de focus intern binnen de overheid en op de prioriteiten die daaruit voortvloeien voor de Trilaterale samenwerking.

Naast de nationale uitwerkingen wordt met enkele casestudies verduidelijkt hoe er in de uitvoering (vergunningverlening) mee om wordt gegaan. Op die manier is duidelijk geworden in hoeverre er sprake is van een gelijk speelveld. De bevindingen van de Raad geven geen aanleiding tot het uitbrengen van een advies, zodat het onderzoek in de vorm van een verkennend rapport is uitgebracht.

U kunt het rapport downloaden (pdf, 2,2 Mb) of in gedrukte vorm opvragen bij het secretariaat
(zolang de voorraad strekt).